De Treasury: Prentenboeken

De beschrijvingen zijn afkomstig van NDB|Biblion.

Aesopus’ fabels:

Een hardloop wedstrijd en andere dierenverhalen – Aesopus’ fabels verteld voor de hele kleintjes – Vanaf 5 jaar

Bundel met korte bewerkingen van 18 fabels van Aesopus. Prentenboek met veel kleurige tekeningen. Vanaf ca. 5 jaar.

De leeuw en de muis – een fabel van Aesopus

Als een leeuw een kleine muis in leven laat, belooft deze hem te helpen als hij ooit hulp nodig heeft. Maar hoe kan een muis een leeuw helpen? Prentenboek met grote tekeningen in kleur naar een fabel van Aesopus. Vanaf ca. 4 jaar.

De vos en de ooievaar – een fabel van Aesopus

De vos en de ooievaar nodigen elkaar uit voor het eten, maar het loopt anders dan de vos denkt. Prentenboek met een bewerking van een fabel, voorzien van kleurige illustraties. Vanaf ca. 5 jaar.

De rijke man en de schoenmaker – een fabel van Aesopus

Een schoenmaker, die graag zingt, krijgt veel geld aangeboden van een rijkaard op voorwaarde dat hij nooit meer zingt. Prentenboek met grote schilderingen in warme kleuren. Vanaf ca. 4 jaar.

De wolf en het lam en 10 andere fabels van Aesopus – Eric Carle

Elf eeuwenoude fabels van Aesopus worden opnieuw verteld. Inhoudelijk wordt er gefilosofeerd over onder andere vriendschap, vrijheid, jezelf zijn, slim zijn, eigenwaarde. De tekst – waarin de dieren menselijke karakters hebben – staat op de linkerpagina op een witte ondergrond. Onderaan het verhaal in dezelfde kleur als de titel de moraal van de fabel. Rechts een paginavullende illustratie van de bekende Amerikaanse auteur/illustrator in voornamelijk acrylverf, gecombineerd met collage, waarin de vermenselijking mooi gevisualiseerd is. De kleurrijke illustraties zijn aansprekend en zorgen voor een geslaagde combinatie (voor)leesboek/prentenboek. Voorin een korte uitleg over Aesopus en een summiere biografie van de auteur/illustrator. De meeste verhalen zijn eerder verschenen in ‘De aap en de vos’ (1980). Mooie voorleesstof voor kinderen van ca. 5 jaar, zelf lezen vanaf ca. 8 jaar

Fabels – Arnold Lobel

In de vorm van een praatje met een plaatje worden 20 fabels verteld. Onderaan elk verhaal staat, cursief gedrukt, de moraal. Evenals bij bv. Fontaine het geval is bevat deze moraal algemene waarheden en wijze adviezen. Fabels zijn weliswaar niet zo populair als bv. sprookjes, maar deze uitgave ziet er zo aantrekkelijk uit dat het boek de kinderen wel zal aanspreken. De uitvoering is prachtig; mooi papier, een prettige letter en fijn gekleurde illustraties (ook van Lobel). De vertaling is niet altijd even vloeiend. Geschikt om voor te lezen. Om zelf te lezen voor kinderen van ± 10 jaar.

Alexander en de akelige verschrikkelijke grote mislukte rotdag – Judith Viorst, tekenaar Doortje Hanning

Alexander vindt dat hij een rotdag heeft omdat hij o.a. kauwgum in z’n haar heeft, geen rozijnen in zijn pap etc. Daarom wil hij naar Australië, maar zijn moeder zegt dat daar sommige dagen ook zo zijn. Het boek heeft 44 ongenummerde pagina’s, op elke pagina staat een kort stukje tekst in de t.t., soms loopt een zin door naar de volgende bladzijde. De zinnen zijn enkelvoudig en samengesteld, met meerlettergrepige woorden, geen moeilijke begrippen, het lettertype is duidelijk. Het is geen echt verhaal, vanuit de ogen van Alexander wordt een rotdag bekeken. De vertelmanier is direkt, vlot en met humor, alleen jammer dat het zo negatief blijft. Elke pagina bevat als illustratie en zwarte onduidelijke krabbel, je kunt met moeite onderscheiden wat er staat. De kaft is stevig en voorzien van een gekleurde slordige krabbel. Het boek is stevig en heeft een goede papiersoort. Het biedt identifikatiemogelijkheden voor kinderen die denken ook een rotdag te hebben. Vanaf ca. 4 jaar; zelf lezen vanaf ca. 8 jaar.

(G)een heel gewone schooldag – Colin McNaughton

Op een gewone dag gaat een gewone jongen naar een gewone school en ontmoet daar een ongewone meester die de klas naar muziek laat luisteren. Iedereen moet zijn ogen dicht doen en een verhaal dromen bij de muziek. De gewone jongen beleeft dan buitengewone dingen: een tocht op een olifant, zwemmen met een dolfijn, vliegen met vogels enz. Leuk prentenboek met eenvoudige teksten die voorgelezen moeten worden aan de doelgroep, kinderen van 4 tot 7 jaar. De eerste bladzijdes (het gewone leven) zijn grauw afgebeeld, maar pas als de jongen zijn fantasie de vrije loop laat, krijgt ook het verhaal kleur. Opvallend is ook dat bij deze fantasieën de tekst ontbreekt en de lezer dus een eigen verhaal mag vertellen. Dit verzorgde boek bevat paginagrote tekeningen die eenvoudig zijn, maar veel details bevatten (aanwijzen!). Op de wat flets uitgevoerde voorkaft staat een gewone gekleurde schooljongen voor een gewone grauwe school. Vanaf ca. 4 jaar.

Jolige Joris en de piraten van Abdul de Schuimer – Colin McNaughton

Prentvertelling, waarin een jongen door een stel vervaarlijk uitziende piraten wordt meegenomen naar hun schip. Ze gaan Joris’ moeder een lesje leren, omdat ze zo streng is, waardoor een onverwachte situatie ontstaat. Als een van de piraten later Joris zijn vader blijkt te zijn volgt er een ‘happy-end’. Humoristisch, goed geschreven en origineel verhaal, dat geïllustreerd is met veel prachtige, ingekleurde pentekeningen, die minstens zo belangrijk zijn als de tekst. De platen bevatten enorm veel details en zijn met veel zorg uitgewerkt. Geschikt voor kinderen vanaf ± 6 jaar om voor te lezen. Zelf lezen vanaf ca. 8 jaar.

Het grote Alfie en Annie Rose verhalenboek – Shirley Hughes

Vijf nieuwe verhalen en vier korte sfeertekeningen – in dichtvorm over de kleuter Alfie en de peuter Annie Rose. De thema’s spreken jonge kinderen beslist aan, omdat ze voor hen zeer herkenbaar zijn (zelf eten bij het ontbijt, oma’s foto’s bekijken, leren praten). De uitwerking is soms wat traditioneel (vader ontbijt achter de krant, Alfie als bruidsjonker), soms humoristisch. De vele kleurige tekeningen nemen een voorname plaats in: ze vertellen het verhaal en voegen er details aan toe. Het formaat varieert van een hele, halve, kwart pagina tot vele kleine tekeningen op één pagina. De tekst is gezet in een groot, duidelijk lettertype. Een zeer verzorgde uitgave met een aantrekkelijke, stevige kaft. De verhalen zijn geschikt voor kinderen vanaf ca. 4 jaar en kunnen onafhankelijk van elkaar gelezen worden.

Alle boeken uit de Alfie-serie

Superbaby – Simon James

Meneer en mevrouw De Beste laten hun ongeboren baby naar verhalen en naar het journaal luisteren want ze hopen dat hij heel slim wordt. Superbaby kan enkele dagen na zijn geboorte de krant lezen en een auto repareren. Hij gaat naar school, wordt na enkele weken dokter en kan kort daarna als astronaut de ruimte in. Als hij zijn mama vreselijk mist, keert hij terug. Voortaan geniet Superbaby ervan om zoals alle baby¿s te worden verzorgd en vertroeteld, behalve tijdens het weekend, dan werkt hij in het ziekenhuis omdat hij dat zo leuk vindt. Dit verhaal verwijst op een originele manier naar de dromen en wensen van ouders in verband met hun kinderen. Superbaby lost ze allemaal in en zijn ouders zijn best trots. Dan blijkt dat de liefdevolle band tussen ouders en baby¿s toch het belangrijkste is. De lay-out van dit prentenboek is gevarieerd, met illustraties in verschillende grootte. De aquarellen, afgelijnd met zwarte inkt, bevatten grappige details en stralen een gemoedelijke, nonchalante sfeer uit. De tekst die tussen de illustraties is geplaatst, laat zich vlot voorlezen aan kinderen tussen 4 en 7 jaar. Felblauw omslag met zilverkleurige en witte belettering.

Schip ahoi! Een verhaal van een jeugd op zee – Gloria Rand

Waargebeurd verhaal over een gezin dat begin 20e eeuw op een zeilschip woont en diverse zeereizen maakt om vrachten te vervoeren. Prentenboek met sfeervolle illustraties in kleur. Vanaf ca. 9 jaar.

Het betoverde boek – E. Nesbitt

De kleine koning Casper (een kind) ontdekt in het paleis een betoverd boek. Bij het openslaan hiervan, komt op de betreffende bladzijde het afgebeelde dier tot leven. Als op deze manier de draak ontsnapt, ontstaan er problemen. Zo wordt een hele voetbalclub, het weeshuis en het parlement verslonden. Het verhaal is oorspronkelijk verschenen in 1900, in een bundel van zeven uiteenlopende drakenverhalen. Nu is het opnieuw bewerkt, vertaald en geïllustreerd (enige info staat in een kort voorwoord). De spanning is goed gedoseerd en gelukkig is Casper de gevaarlijke draak uiteindelijk te slim af. Aan het eind komt alles weer goed. Aardig prentenboek waarin klassieke sprookjeselementen samen met een redelijk nuchter kind zorgen voor waanzinnige situaties. Het taalgebruik, soms in tekstballonnen, is prettig. De humor, die een belangrijke plaats inneemt, is van een fijne, Engelse soort, soms te fijn om geheel gesmaakt te worden door de jongste kinderen van de doelgroep. De vele grote, prachtige, gedetailleerd uitgewerkte maar toch overzichtelijke illustraties zijn sfeervol gekleurd. Royale, verzorgde uitgave. Vanaf ca. 5 jaar.

Dappere Dientje – William Steig

Onvervaard en een doorzetstertje, dat is de Dientje van dit prachtige prentenboek. Als Mevrouw Vingerhoed, Dientje’s moeder, een nieuwe jurk voor de hertogin heeft genaaid, wordt zij ziek. Dientje biedt aan de japon weg te brengen, maar harde windstoten en sneeuwbuien maken het haar heel moeilijk: de jurk waait uit de doos, zij verstuikt haar enkel, valt in een greppel en verdwaalt. Zij vecht zich er echter doorheen en bereikt tenslotte het paleis, waar de weggevlogen jurk tegen een boom aanhangt. Tekst en illustraties vullen elkaar goed aan en zijn evenwichtig over de bladspiegel verdeeld. De tekeningen in zachte kleuren lijken bedriegelijk eenvoudig, maar Steig is een meester in het schetsen van emoties op ogenschijnlijk nietszeggende en simpele gezichten. De zinnen zijn lang met veel moeilijke woorden: niet iets om zelf te lezen, maar wel heerlijk om uit voorgelezen te worden, zeker tijdens spannende gedeelten en die zijn er genoeg! De vertaling is goed, en het uiterlijk oogt zeer verzorgd.

Julia en de grijze wolven – Pija Lindenbaum

Julia, een onzeker en wat angstig meisje, raakt in het bos haar leidster en de andere kinderen van de crèche kwijt. Als ze op zoek gaat, komt ze een troep wolven tegen. Ook de wolven weten niet waar de crèche is en Julia stelt voor om samen te spelen. Maar de wolven snappen Julia’s spelletjes niet en ze gaan met hun pootjes in de lucht op hun rug liggen. Als de wolven zelf voorstellen om doktertje te spelen en Julia hen achter de oren en achterpoten moet krabben, hebben ze het naar hun zin. Na nog wat in bomen te hebben geklommen, vindt Julia het bedtijd voor de wolven. Eerst moeten ze nog plassen en dan zingt Julia droevige slaapliedjes voor hen. De volgende morgen gaat ze op weg naar de crèche en de wolven begeleiden haar tot aan de rand van het weiland. De soms komische, naïef realistische illustraties zijn uitgevoerd in vrij natuurlijke kleuren waterverf. Een groot deel van de pagina’s is bladzijdevullend en ook de overige pagina’s zijn rijk geïllustreerd. Het lettertype dat in dit prentenboek gebruikt wordt, lijkt handgeschreven, waardoor het geheel iets intiems krijgt. Een cyclisch verhaal, van realiteit (angst, onzekerheid in het dagelijks leven) naar fantasie (moed en plezier met de wolven), en weer terug naar de realiteit (op weg naar de crèche). Vanaf ca. 4 jaar.

Beertje bruin, wat zie je daar? – Bill Martin, tekenaar Eric Carle

Prentenboek met duidelijke grote dierenafbeeldingen in fantasierijke, kleurige vlakken. Op de linkerbladzijde wordt een vraag gesteld aan het dier en het antwoord op de rechter bladzijde verwijst naar het dier, dat het kind ziet als het de bladzijde omslaat. Vraag en antwoord zijn op rijm en de kleur van het dier wordt steeds genoemd. Tenslotte wordt de vraag aan een aantal kinderen van verschillende huidskleur gesteld en de laatste bladzijde geeft alle dieren nogmaals verkleind weer. Een alleraardigst boek met vele mogelijkheden (waaronder het leren herkennen van kleuren en dieren) voor kleuters en peuters thuis en op crêche en kleuterschool.

Dagboek van Thomas, Piraat – Richard Platt

Thomas Carpentier, een tienjarige artsenzoon uit de (voormalige) Engelse kolonie Noord-Carolina (Amerika), monstert aan het begin van de achttiende eeuw samen met zijn oom aan als matroos op een koopvaardijschip voor een reis door het Caribisch gebied. Hij heeft zin in het avontuur. Tijdens deze acht maanden durende zeereis houdt hij een dagboek bij over het (harde) reilen en zeilen als hulpje van de scheepstimmerman, maar ook over ontberingen zoals noodweer, averij en de entering door zeerovers die hen overmeesteren, zodat hij (ongewild) ook nog kaper wordt. Thomas’ relaas (in de ik-vorm) is fictief, maar een aantal feiten en personen is historisch. Fraaie uitgave, groot van formaat, en overvloedig voorzien van (pagina)grote en kleinere, kleurrijke illustraties met veel details, toelichtende teksten en zo nu en dan met een humoristisch element. Gelet op de doelgroep is het informatiegehalte van zowel de tekst (in tweekolommendruk) als het zorgvuldige illustratiewerk (afwisselend emotioneel en informatief van aard) vrij hoog. Tot besluit enkele afzonderlijke paragrafen met historische achtergrondinformatie en een uitgebreide verklarende woordenlijst annex register. Uitnodigende, maar ietwat vervaarlijke omslagillustratie. Vanaf ca. 10 jaar.

Ik wil een hond – David LaRochelle

Als een jongetje zeurt om een hond, vindt mama dat niet goed, maar hij mag wel een draak mits hij die kan vinden. Prentenboek met gekleurde illustraties. Vanaf ca. 4 jaar.

Alle verhalen van Beatrix Potter – Beatrix Potter

De verzamelde verhalen van o.a. Pieter Konijn, Minetje Miezemuis en Benjamin Wollepluis, aangevuld met vier nog niet eerder gepubliceerde verhalen. Voorzien van de originele prenten in kleur. Vanaf ca. 4 jaar.

Het voetenboek – dr. Seuss

Naar aanleiding van het honderdste geboortejaar van Dr. Seuss (pseudoniem voor de Amerikaanse schrijver en illustrator Theodor Seuss Geisel) werden in 2004 zijn eerste boeken heruitgegeven.
In Amerika verschenen ze oorspronkelijk in de jaren ’50 en later, en ook hier waren ze razend populair in de jaren ‘70.
Jaar na jaar worden telkens enkele boeken van hem heruitgegeven.
Dit rijmende boek omtrent voeten verscheen oorspronkelijk in 1968.

De tekst laat zich lezen als één groot associatief gedicht omtrent voeten:
Linkervoet, rechtervoet, rechtervoet gaat voor.
Dagvoeten, nachtvoeten, loop maar lekker door.

Voeten als slakken, of snel als een trein.
Handige voeten of voeten met pijn.

Trapvoeten.
Flapvoeten.

En zo gaat het maar door,
tot het einde:
Dag linkervoet! Dag rechtervoet! Leuk dat ik u heb ontmoet.

De absurde humor en de verrassende associaties zorgen ervoor dat je niet snel uitgelezen en uitgekeken raakt op dit ‘zelfleesboek’ van Dr. Seuss met avi-niveau 2/3.
Tegelijkertijd prikkelt het je taalgevoeligheid en je creativiteit om zelf te gaan rijmen en te gaan associëren bij eender welk voorwerp.
De humoristische en expressieve illustraties in primaire, ouderwets aandoende kleuren ondersteunen de tekst perfect.
De beweeglijkheid en de grimassen van de vele figuren spreken boekdelen.
Ze vertellen telkens een eigen verhaaltje waarop je je eigen fantasie kan botvieren.
Knap om te merken dat de waanzinnige wereld van Dr. Seuss de tand des tijds met gemak doorstaat.

Zó veel – Trish Cooke

Een zwarte moeder zit met haar kind wat verveeld naar buiten te kijken. Als de bel gaat komt een uitbundige tante binnen die het kind wil knuffelen en zo zet het verhaal zich voort als stapelvertelling: de nieuwkomer sluit aan bij het wat verveeld wachtende groepje. Als zo de hele familie verwachtingsvol bijeen is, komt eindelijk papa thuis. Dan kan het feest echt een aanvang nemen: hij is jarig. Alle mensen in dit bijzondere boek zijn zwart. Je ziet veel warmte en affectie in de vorm van gekus, geknuffel en gestoei. De tekst in grote letter kan vrijwel letterlijk worden voorgelezen. Heel geraffineerd zijn de kleurige, expressieve verfillustraties: daar waar verveeld en landerig gewacht wordt, hangt er een beige grauwsluier overheen. Zo vormen linker- en rechterpagina soms anti-polen: rust-beweging, grauw-kleurig, gelaten-emotioneel. De apotheose is de vrolijke verjaardagsdans in full-color over twee bladzijden. Op de kaft maakt vader een rondedans met zijn dreumes. Vanaf ca. 3,5 jaar.

Goed zo, kleine beer – Martin Waddell

Als Kleine Beer op een dag aankondigt de wijde wereld in te gaan, loopt Grote Beer voor de gezelligheid mee. Onderweg klimt hij op een steen, springt er van af, schommelt op een tak, valt eraf in de armen van Grote Beer, loopt over stenen in het water, valt in dat water en wordt er door Grote Beer uitgevist. “Dwars door de wijde wereld zwierven ze naar huis terug”. In de armen van zijn ouder valt Kleine Beer in slaap in de grote berenstoel. De tekeningen in zachte, natuurgetrouwe kleuren beslaan telkens een dubbele pagina. De achtergrond bestaat uit de natuurlijke omgeving met af en toe een detail als een rups, kikker of eekhoorntje. Ze ademen een knusse sfeer. De beren tonen emoties, al is het gezicht van Kleine Beer niet altijd goed getroffen. De tekst staat in een lichter deel van de tekening in een zeer grote letter en laat zich goed voorlezen. Kleine Beer is bekend uit eerdere boeken van de auteur: “Welterusten…Kleine Beer” (94-37-244-6) en “Jij en ik, Kleine Beer” (96-34-405-9). Een verhaal met veel herkenbare elementen voor alle peuters die af en toe uit wandelen gaan, al dan niet in een bos. Vanaf ca. 4 jaar.

Dag dag, dag nacht – Margaret Wise Brown

Klassiek prentenboek uit 1947 over een konijntje dat, voor het slapengaan, de voorwerpen en kledingstukken in de kamer welterusten zegt, terwijl moeder in de schommelstoel aan het breien is. Ook de poezen, het licht, maan en sterren worden niet vergeten (ongeveer de sfeer van het gedicht ‘Marc groet ’s morgens de dingen’ van Paul van Ostaijen). De felgekleurde illustraties beslaan dubbele pagina’s en brengen de kamer geheel of gedeeltelijk in beeld. Door het raam ziet de ‘lezer’ de maan steeds hoger klimmen, waarbij de belichting in de kamer subtiel verandert. Dunne contourlijnen verhogen de herkenbaarheid. De grijstonige illustraties op de witte pagina’s tussen de gekleurde tekeningen in geven een detail weer, meestal een voorwerp. Illustraties en rijmende tekstdelen stralen rust en geborgenheid uit. Gedrukt in een kleine, schreefloze letter. Geschikt als kijk- en benoemboek voor peuters vanaf ca. 2 jaar.

En nu slapen, sam – Amy Hest

Een sfeervol vierkant prentenboek over het ritueel van het gaan slapen van beertje Sam dat door zijn moeder naar bed wordt gebracht. Het bestaat uit: voorlezen, lekker instoppen, een beetje melk en vooral veel nachtzoenen. Het verhaal is geschreven in de tegenwoordige tijd en bestaat uit korte eenvoudige zinnen in een duidelijke letter. Er komen veel herhalingen voor in de tekst die begrijpelijk is voor het jonge kind. De illustraties lopen door over twee pagina’s en bestaan uit schilderingen zonder contouren in warme kleuren. Ze zijn expressief met een nostalgisch tintje en bevatten veel grappige details. Buiten is het herfst en binnen geven de beren elkaar liefde en geborgenheid. Het verhaal biedt identificatiemogelijkheden. Het boek is stevig gebonden heeft een mooie papiersoort en een harde glanzende kaft voorzien van een aantrekkelijke plaat. Geschikt om voor te lezen vanaf ca. 3 jaar.

Toverveters – Audrey Wood

Mark moet leren zijn veters te strikken, omdat hij steeds struikelt. Zijn door ruiling verkregen toverveters zitten muurvast, totdat hij ze doorruilt aan zijn zus. Met haar oude veters wordt voor hem eindelijk “oefening baart kunst” waar. Aardig stripachtig verhaaltje met fel gekleurde “overdreven” tekeningen. De eronder geplaatste korte tekst vult slechts de ontbrekende informatie aan en bezit geen andere kwaliteit. Het perspektief van de tekst wisselt telkens: soms in de ik-vorm, soms bekommentariërend, soms dialoog; het verschil wordt niet typografisch aangeduid. De moraal, dat oefening op de lange duur meer vruchten afwerpt dan “toverkunst”, is voor vierjarigen al invoelbaar. Qua thematiek komt het verhaal overeen met “De nieuwe schoenen” van D. McKee maar oorzaak en gevolg staan in duidelijker verband met elkaar.

Slaap lekker, lieve kleine dinosaurus – Jane Yolen

Wat zou een dinosaurus doen vlak voordat hij naar bed toe moet? Groot formaat prentenboek met ruim opgezette tekeningen in gedekte kleuren en een korte tekst op rijm. Vanaf ca. 3 jaar.

Het eiland van de Skogg – Steven Kellogg

Fraai prentenboek (oblong) met artistieke tekeningen in pasteltinten. Op het feest van de Nationale Knaagdieren Dag besluiten de muizen weg te varen naar een rustig en vredig eiland. Daar blijkt de Skog niet zo gevaarlijk te zijn als ze dachten en worden hun idealen: verbroedering, gelijkheid, vrijheid enz. verwezenlijkt, met tot slot een prachtig volkslied. Deze persiflage op de kleinzielige, eerzuchtige mensenwereld wordt met humor en enige spanning verteld. Hoewel kleuters de achtergronden van het verhaal er niet uit zullen halen, is er voor hen veel te zien op de fantasievolle tekeningen, zodat dit boek bruikbaar is voor een grote groep.

De echte dief – William Steig

De gans Gawain is Hoofd van de Wacht van de Koninklijke Schatkamer. Hij wordt ten onrechte van diefstal beschuldigd en veroordeeld maar weet te vluchten. Dirk de muis, de echte dief, krijgt wroeging, bezorgt de juwelen terug en zoekt Gawain op. Samen keren ze terug naar de stad waar ze met open armen onvangen worden. Eind goed al goed dus. Dieren met menselijke eigenschappen, maar ook dierlijke trekjes maken dit verhaal tot een kostelijke satire op de mensenwereld. Enkele dingen zoals kalikak ( Cullinan) diamant zullen kinderen ontgaan, maar wel zijn voor hen herkenbaar de vele emoties die uit dit boek spreken. Een aanwinst voor de a-groep om zelf te lezen, maar ook voor jongeren om voorgelezen te worden. Gewassen pentekeningen (op bijna elke pagina) geven het verhaal een ekstra dimensie. Af en toe vrij moeilijk taalgebruik, niet te lange zinnen. Ruime marges, overzichtelijke bladspiegel. Vanaf 8 jaar.

Het huisje dat verhuisde – Virginia Lee Burton

Een huisje op het platteland komt langzamerhand in het centrum van een grote stad vol stof en rook te liggen. Gelukkig kan het huisje naar buiten verhuizen waar het de wisseling der seizoenen weer kan beleven. Prentenboek met illustraties in kleur. Vanaf ca. 4 jaar.

Kleine ster – Paul Goble

Vanwege haar ongehoorzaamheid moet een Indiaans meisje uit de Sterrenhemel met haar baby terugkeren naar de aarde. Prentenboek met gestileerde, kleurrijke platen over de schenking van de heilige kennis over de Zonnedans aan de Zwartvoet Indianen. Vanaf ca. 9 jaar.

Mirabel – Astrid Lindgren

Britta’s droomwens, een pop, gaat op een bijzondere manier in vervulling. Prentvertelling met grote en kleinere tekeningen in kleur. Vanaf ca. 6 jaar.

Pier – Bob Graham

De ouders van de kleine Pier zijn een soort vliegende superhelden. Ze zijn erg trots op hun zoontje dat al veel kan: lopen, praten en hopelijk ook al gauw vliegen. Maar het lukt Pier niet om van de grond te komen, wat zijn familie ook probeert. Hij lijkt een heel gewone jongen te zijn. Totdat hij op een dag een uit het nest gevallen vogeltje redt en het opvangt in zijn val. Groot formaat prentenboek met veel (soms pagina)grote en kleine, gedetailleerde illustraties en aanvullende tekstblokjes. Als er veel gebeurt, staan er meer kleine tekeningen na elkaar als een soort strip. De illustraties, die helder van kleur zijn, vertellen het verhaal. Vlot Fries taalgebruik. Geschikt voor kleuters vanaf ca. 4 à 5 jaar.

De minpins – Roald Dahl

Kleine Heintje wordt in het bos achternagezeten door de rookspuwende ‘rapschranzer’, waarvoor zijn moeder hem gewaarschuwd had. Met behulp van de minpins, die ook door het monster worden bedreigd, laat hij het beest in de val lopen. Roald Dahl vertelt zijn sprookje in kenmerkende, zelf bedachte, fraai vertaalde bewoordingen. De plot bevat nauwelijks verrassingen en de toon is serieus. Een weinig uitdagend verhaal. De paginagrote, ingekleurde, gedetailleerde pentekeningen ademen dezelfde sfeer. Voorlezen vanaf ca. 5 jaar, zelf lezen vanaf ca. 8 jaar.

Een heel gewoon kikkervisje – Steven Kellog

Oom MacDonald stuurt Peter met iedere verjaardag iets voor zijn natuurverzameling. Ditmaal is het een kikkervisje, dat leeft op hamburgers en dat al gauw gigantische afmetingen aanneemt. Maar een kikker wordt hij niet. De juffrouw van de bibliotheek (met knot) helpt Peter uiteindelijk met het zoeken naar een schat, om de enorme, goedige kikkervis aan een zwembad te kunnen helpen. Als Peter weer jarig is komt zijn oom zelf zijn kado brengen, maar of peters ouders dat leuk vinden… Kostelijk humoristisch prentenboek met knappe fantasierijke, soms kaderdoorbrekende illustraties. Vooral de kikkervis heeft een onweerstaanbare charme. Een heerlijk boek.

Sprookjes van moeder de Gans – Charles Perrault, illustraties Ingrid Godon

Een van de vele bewerkingen, verschenen in alle mogelijke talen. Vijf van de in totaal uit negen sprookjes bestaande ‘Sprookjes van Moeder de Gans’ zijn in dit boek naverteld voor jonge kinderen. Van de oorspronkelijke sprookjes (1697) is op veel fronten afgeweken. Soms zijn griezelige gedeeltes ingrijpend veranderd. (In ‘Klein Duimpje’ wordt de dochtertjes van de reus geen haar gekrenkt, en Roodkapje en haar grootmoeder worden door de jager bevrijd en de wolf verdrinkt in de put.) Voor de gesuggereerde doelgroep van drie tot acht jaar had men voor ‘Klein Duimpje’ beter een minder bedreigend sprookje kunnen kiezen. Redelijke bewerking in eigentijds taalgebruik, waarin de vertelster nadrukkelijk aanwezig is. Grote letter; de tekst is in elke pagina centraal geplaatst en wordt omkaderd door een zachtgekleurde illustratie. De stijl ervan doet enigszins kinderlijk aan, maar is technisch goed ontwikkeld.

Acht sprookjes van moeder de Gans, bewerkt en geillustreerd door Rie Cramer

Het grote grappige rare rijmpjes boek – Lucy Cousins

Bonte verzameling van oorspronkelijk Engelse versjes (nursery rhymes), bewerkt en voorzien van illustraties van Lucy Cousins (bekend van de Muis-boeken). De titel van dit boek is een exacte afspiegeling van hetgeen de lezer/luisteraar te wachten staat. Het is een omvangrijke bundel – in prentenboekformaat – met 39 rijmpjes. Inhoudelijk zijn de rijmpjes niet altijd duidelijk. Soms eindigt een versje abrupt of ontbreekt de logica: “Opa Baard had een paard, al leek het meer een varken. ‘Ach, als het maar blaft,’ zei hij en ging zijn klaver harken”. Het zijn vooral het rijm en ritme dat de jonge luisteraar zal aanspreken. Door het geslaagde klankspel zullen kinderen er niet snel genoeg van krijgen en de versjes eindeloos herhaald moeten worden. De forse zwart omlijnde tekeningen – vaak paginagroot – zijn aantrekkelijk door de grote vlakverdeling en de heldere kleuren. Hierdoor ontstaat tussen tekst en tekeningen een harmonisch geheel. De titel van de rijmpjes staat in dikke letters in de tekeningen. Plezierig en uitermate goed verzorgd boek voor kinderen vanaf ca. 3 jaar.

De beddendans – Mara Bergman

Joosje kan niet slapen vanwege een heks in haar kamer. Papa troost haar maar als hij weg is, besluit ze toch in het grote bed van papa en mama te gaan liggen. Zus Roosje ziet een spook en kruipt ook in het grote bed. Als broer Rikje dorst krijgt, krijgt hij van papa water maar hij wil daarna niet meer naar zijn eigen bedje. Dan maar naast papa die in het bed van Roosje is gaan liggen. Papa komt maar niet in slaap en besluit alle kinderen weer in hun eigen bedjes te leggen. Als mama thuiskomt, geeft zij iedereen een nachtzoen en kruipt dan naast papa in het grote bed. Ze heeft geen idee van de beddendans die de kinderen vanavond hebben gemaakt. Dit prentenboek bevat een thema dat dicht bij de belevingswereld van peuters en kleuters staat: angst voor spoken en heksen en daardoor bang zijn om in slaap te vallen. De tekeningen in diepe kleuren en met veel herkenbare elementen zoals de knuffels en een troostende papa, zijn afwisselend paginavullend met de tekst in de illustratie of klein met een witrand en de tekst eronder en/of erboven. De tekst is eenvoudig en goed te begrijpen. Voor kinderen vanaf ca. 3 jaar een warm prentenboek dat reele angsten omzet in een veilige gevoel.

De schuchtere draak – Kenneth Grahame en Inga Moore

Prentenboek met een oud (1898) hartverwarmend verhaal over een Jongen, een Draak en drakendoder St. Joris die door een list de Draak populair weten te maken bij de dorpelingen. Spanning en humor in verhaal en vertelwijze sluiten aan bij de belevingswereld van de doelgroep. Prachtige zachtgekleurde detailrijke kaderloze tekeningen op elke pagina verlevendigen en versterken het verhaal. Soms beslaat de tekening een hele of beide pagina’s met de tekst in of tussen de tekeningen, soms als illustratie naast de tekst. Met ruime bladspiegel, gekleurde schutbladen en voorwoord van de eigentijdse illustrator. Op ruim A4-formaat in stevige kaft met doorlopende gekleurde prent op voor- en achterkant. Geslaagde uitgave met als thema ‘vriendschap’. Voorlezen vanaf ca. 5 jaar. Zelf lezen vanaf ca. 7 jaar. De auteur is bekend van ‘De wind in de wilgen’*.

Doktor de Soto – William Steig

Tandarts de Soto en zijn assistente mevrouw de Soto runnen een goed bekend staande tandartsenpraktijk. Alle dieren, groot en klein worden door hen geholpen, behalve muizeneters natuurlijk. Als ze echter een vos van zijn tandpijn willen verlossen, ontstaat een strijd op leven en dood. De muizen zijn uiteraard het slimste: eind goed al goed. Een fraai geïllustreerd prentenboek waarin de platen telkens een scène weergeven. De gedachtengang van vos en muis worden beide weergegeven wat een komisch effekt heeft. Deze penseelwinnaar uit 1984 is nu heruitgegeven als Jeugdsalamander met een slappe kaft en een kleiner formaat. De originele versie heeft mijn persoonlijke voorkeur, maar deze goedkopere versie komt zo misschien bij een groter publiek terecht. Voor kleuters vanaf ongeveer 4 jaar om voor te lezen puur ter vermaak, maar ook bruikbaar bij een projekt over gezondheidszorg.

Davids vader – Robert Munsch

Julie gaat spelen met David, een nieuw jongetje in de straat. Het is bij hem thuis wat griezelig, zijn pleegvader blijkt een reus te zijn. Hij is wel aardig, maar Julie vindt hem toch wat eng. Een soort modern, humoristisch sprookje dat op grappige wijze wordt verteld. De illustraties, steeds op de rechterbladzij, paginagroot en in heldere kleuren, sluiten hier uitstekend bij aan. De afloop van het verhaal is verrassend. In de tekst, op de linkerpagina’s, wordt de reus zo nu en dan door middel van grotere, vettere letters aangeduid. Kinderen van een jaar of zeven kunnen het verhaal zelf lezen, aan jongere kinderen kan het worden voorgelezen.

De prinses in de papieren zak – Robert Munsch

Als de draak prinses Elisabeths verloofde ontvoert, besluit ze het er niet bij te laten zitten: ze achtervolgt de draak en daagt hem uit al zijn fantastische drakenkunsten als 100 bossen platbranden(!) en de wereld rondvliegen in 10 sec. te laten zien. Als hij ten slotte tot niets meer in staat als een blok in slaap valt, bevrijdt ze haar prins, maar als hij haar slordige uiterlijk afkeurt, besluit ze niet met hem te trouwen. De paginagrote fleurige aquareltekeningen op elke rechterpagina vertellen hetzelfde heldinnenverhaal als de tekst van een paar regels op de linkerpagina. Verfrissend thema in bondige, heldere stijl. Soms humoristisch net als de details in de illustraties. Vanaf ca. 4 jaar, zelf lezen vanaf ca. 8 jaar.

Kuifje in Tibet – Hergé en andere Kuifje stripboeken

Zoveelste nagenoeg ongewijzigde herdruk van het uit 1960 daterende twintigste avontuur van Kuifje, waarin verslag gedaan wordt van een edelmoedige reddingsexpeditie van Kuifjes vriend Tchang in Tibet. Een tamelijk serieuze en soms wat sentimentele episode, die sporen verraadt van een gedegen dokumentatie. Evenwichtig en verzorgd tekenwerk naast een aan de schrijftaalnormen beantwoordende tekst zijn opmerkelijk en daarom te prijzen. Samenhang met de overige Kuifje-avonturen maakt dit album onmisbaar in deze reeks. Zelf lezen vanaf 8 jaar.

Het lelijke jonge eendje – Hans Christian Andersen, illustraties Natasch Stenvert

Prentvertelling n.a.v. het bekende sprookje van Hans Christian Andersen. In mooi lopende, ritmische zinnen wordt het verhaal verteld van het lelijke jonge eendje dat uitgroeit tot een mooie zwaan. De eenvoudige woorden en zinnen zijn goed gekozen en roepen de sfeer op van het oude sprookje. De paginagrote litho’s zijn mooi van kleur en sfeer; de uitdrukking in vorm is karakteristiek, expressief en origineel en desondanks toch ook herkenbaar. M.a.w. tekst en beeld zijn in dit mooi verzorgde artistieke prentenboek goed op elkaar afgestemd. Vanaf ca. 4 jaar.

Rupsje Nooitgenoeg – Eric Carle en andere boeken van dezelfde schrijver

Bijzonder fraai verzorgd prentenboek over een rupsje, dat zich voleet tot het een vlinder wordt. Origineel zijn de bladzijden met achtereenvolgens 1 appel, 2 peren, 3 pruimen enz., waar in het papier gaatjes zitten op de plaatsen waar de rups zich door het voedsel heeft heengegeten. De gang van zaken wordt met fantasie weergegeven en is voor jonge kleuters een acceptabel wonder. De werkelijkheid wordt pas later interessant. Veel grapjes in dit boek slaan bij jonge kleuters bijzonder aan. Een goed doordacht, origineel prentenboek.

Wij gaan op berenjacht – Michael Rosen

Vier kinderen gaan met hun vader op berenjacht. Ze trotseren moedig de natuur, maar dan staan ze opeens tegenover een echte beer! Prentenboek met afwisselend een dubbele illustratie in grijs-wit en dan een gekleurde pop-up met geluidseffecten. Vanaf ca. 4 jaar.

Max en de maximonsters – Maurice Sendak

Max, die een boze bui heeft en kattenkwaad uithaalt, wordt door zijn moeder zonder eten naar bed gestuurd. In het verhaal wordt weergegeven hoe het kind zijn groeiende negatieve emoties door middel van fantasie – in de vorm van een droom – de baas wordt. Het einde is zeer bevredigend. De illustraties, uitgevoerd met pen, inkt en waterverf, vallen op vanwege de kleuren en de gebruikte arceertechnieken. De vertaling is uitstekend. Dit met de Caldecott-medal bekroonde prentenboek, dat voor het eerst werd uitgegeven in 1963, is uitstekend te gebruiken voor creatieve verwerking. Vanaf ca. 4 jaar.

Waar is mijn Teddy? – Jez Alborough

Een fantasieverhaal over Eddie die zijn teddybeer Freddie kwijt is. Hij zoekt hem in het bos en vindt een reuzenteddy: die past niet in zijn bed. Even later komt er een grote beer, die zijn teddybeer ook kwijt is. Deze heeft Freddie, die voor hem veel te klein is. Ze nemen allebei hun eigen teddybeer mee naar huis. De begrippen groot en klein worden op een aantrekkelijke manier uitgewerkt. Eenvoudig verhaal in korte, eenvoudige zinnen op rijm, aangepast aan het jonge kind. Er is geen paginanummering of inhoudsopgave. De tekst is in de t.t. en geplaatst in een kader, de interpunktie is duidelijk, evenals het schreeflettertype. De illustraties beslaan telkens twee pagina’s en bestaan uit sfeervolle aquarellen met grove potloodcontouren. De binnenkant voor- en achterin het boek toont een grote illustratie van een bos. De kaft is stevig en laat een gedeelte zien uit het boek. Eddie is afgebeeld als stripachtig figuurtje. Het verhaal heeft een bepaalde spanning en een veilig en ontspannen eind.

Van dezelfde schrijver: Mijn vriend beer

Waar is Wally? – Martin Handford en de andere wally-boeken – kijkboeken

Wally beleeft allerlei avonturen in Clownsterdam, in het land van Woefs, in het Yllaw moeras enz. Het grote formaat boek heeft een hard kaft. De cover is uitgevoerd in rood/gele strepen met daarop een boek waarop de (sub-)titel en auteur vermeld staan. Uit dat boek ontsnappen aan alle kanten kleurrijke figuurtjes en poppetjes. De illustraties zijn stripachtig en uitgevoerd in felle kleuren. Per dubbele pagina is geen stukje overgeslagen: er is waanzinnig veel te zien op de humoristische illustraties die telkens over een bepaald thema gaan. In de hoek is een opengeslagen boek afgebeeld waar grappige teksten en zoekopdrachten vermeld staan, afgezien van het feit dat er vijf figuren (Wally, Woef, Wenda, Yllaw en Tovenaar Wittebaard) in iedere illustratie te vinden zijn. Op de laatste pagina staan lijstjes met aanvullende zoekopdrachten per illustratie en nog meer niet ontdekte grapjes en opdrachtjes waardoor je steeds weer gaat zoeken en bladeren. Deel uit een serie Wallyboeken, ook te vinden op internet. Heeft een heel grote doelgroep: vanaf ca. 5 jaar (geholpen door ouderen) tot….

Ik zie, ik zie een boek vol schatten – Walter Wick en andere ik zie, ik zie boeken – kijkboeken

Kleurenfoto’s van een op schaal gemaakt miniatuurdorp, een strand, landschappen, etc. met als thema ‘de piraterij en het schatzoeken’. Onderaan de bladzijde staat op een witte achtergrond in vrij grote letters en op rijm de dingen, dieren of mensen, die in de foto opgezocht moeten worden. De foto’s staan op een dubbele pagina waarbij je soms met je ogen moet knipperen omdat dingen die veraf liggen of juist heel dichtbij, wazig zijn afgedrukt. De moeilijkheidsgraad is wisselend. Door de hoeveelheid die op de foto’s is te zien (ook dingen die er niet thuis horen, maar in het raadsel niet gevraagd worden) en de verhoudingen, die niet altijd kloppen (dennenappels, spijker) zijn de opdrachten vaak behoorlijk moeilijk. Ook de dingen die gevraagd worden (lier) zal niet elk kind kennen. Achterin nog extra raadsels, hoe het boek tot stand is gekomen en tips hoe je raadsels kunt maken. De manier van vragen (kinderlijk) staat niet in verhouding met de moeilijkheidsgraad van ‘het oplossen’. Voor de aanhouder vanaf ca. 6 jaar.

Het wrak van de Zephyr – Chris van Allsburg

Een oude man vertelt hoe de zeilboot ‘de Zephyr’ hoog boven op de rotsen bij een dorp terecht is gekomen. Prentenboek met op de linkerpagina de tekst en rechts grote illustraties met mooie warme kleuren. Het verhaal is onopgesmukt en helder geschreven, waardoor een zekere afstandelijkheid is verkregen, dat het boek heel bijzonder maakt. Ook de illustraties, die van dezelfde hand zijn als de tekst, geven deze indruk, waardoor lang niet ieder kind de essentie van het boek zal begrijpen. Voor kinderen die al gewend zijn over de dingen na te denken een prachtig boek. Vanaf ca. 7 jaar.

Goed gedaan, Sam! – Amy Hest

Het is nog nacht als Sam en mama Beer al druk bezig zijn in de keuken. Ze bakken kleine cakejes. Sam mag vast de beslagkom uitlikken. Als de cakejes klaar zijn, stoppen Sam en zijn moeder ze in fel rode zakjes. Vroeg in de ochtend als iedereen nog slaapt brengen Sam en mama de zakjes rond. Bij ieder huis stopt de auto en stapt Sam uit om overal een cakeje achter te laten. De rode laarsjes van Sam steken fel af tegen het wit van de verse sneeuw. Dit kleurrijke prentenboek vertelt een warm verhaal waarin moeder en kind samen een verrassing voorbereiden. Het samen bakken, de voorpret delen, de gezellige keuken met het ouderwetse fornuis, mama die bakt en Sam die de schaal uitlikt, nagenieten met warme chocolademelk en de laatste cakejes. Dit prentenboek biedt een idyllisch en veilig verhaal; de liefde tussen moeder en kind wordt verteld in kleine details. Maar ook de liefde van het geven aan buren en vrienden komt in dit prentenboek oprecht over, hoe klein het cakeje in het rode zakje ook is. Gedachten die passen bij Thanksgiving, Kerstmis en het Slachtfeest. De kleurrijke prenten zijn bladvullend en verdeeld over twee pagina’s. Een heerlijk nieuw avontuur over een oude bekende voor peuters vanaf 3 jaar. Eerder verschenen ‘En nu lekker slapen, Sam’ en ‘Moet je zo hoesten, Sam?’

De Dribbel boeken van Eric Hill, bijvoorbeeld Dribbel bij opa en oma

De hond Dribbel brengt een bezoekje aan zijn grootouders. Als hij zijn opa in de tuin helpt, vindt hij een bal. Aan het einde van een leuke dag leest oma een verhaaltje voor. Leuk, kleurrijk verhaaltje uit de uitgebreide serie over de hond Dribbel. Dit boekje bevat op iedere bladzijde een grote flap die een onderdeel van het verhaal verbergt: bijvoorbeeld een deur die open moet, een pompoen waar de bal achter ligt en de deur van het kippenhok. Dit maakt het voor peuters extra spannend. De eenvoudige tekst ondersteunt het verhaal. De tekeningen zijn groot, zwartomlijnd, bevatten weinig details en zijn daardoor zeer aansprekend en herkenbaar. Een mooi uitgevoerd prentenboekje dat peuters nooit zal vervelen. Vanaf ca. 2 jaar.

Oma boven & Oma beneden – Tomie de Paola

Tommie gaat veel op bezoek bij zijn opa en oma. Boven zijn grootouders, in hetzelfde huis, woont ook zijn overgrootmoeder, en met haar heeft hij een speciale band. Zij is oma-boven. Als zij overlijdt is Tommie erg verdrietig. Hij leert dan dat ze nooit terugkomt, alleen in zijn herinnering. Aardig verhaaltje om kleine kinderen iets te vertellen over doodgaan. De tekeningen in roze en bruine tinten tonen gezellige tafereeltjes. Zij nemen het grootste gedeelte van de bladzijde in beslag en staan, net als de tekst, in versierde kaders. Om voor te lezen vanaf 4 jaar, eventueel zelf lezen vanaf ca. 7 jaar.

Mijn eerste grote woordenboek – Angela Wilkes

Kijk- en benoemboek met kleurige foto’s en tekeningen van voorwerpen uit de belevingswereld van peuters en kleuters.

Advertenties

Responses

  1. […] titels nagegaan of deze in het Nederlands te krijgen zijn. Het resultaat zie je op de pagina met voorleesboeken tips. Daarnaast heb ik een aantal suggesties van mezelf toegevoegd, aangevuld met suggesties die ik her […]


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: